
Je stapt een ruimte binnen en voelt het meteen. Er is niets gezegd. Niemand kijkt boos. Er gebeurt ogenschijnlijk niets bijzonders. En toch verandert er iets in jou. Je wordt onrustig, je gaat opletten, je vraagt je af ‘Waarom is de sfeer anders?’
Waarom voel ik me verantwoordelijk voor de sfeer?
Je voelt spanning tussen anderen en voor je het weet, ben je ermee bezig. Je probeert te begrijpen wat er is gebeurd, vraagt je af wie er gelijk heeft of denkt na over wat jij kunt doen om de situatie te verbeteren.
Als jij je regelmatig verantwoordelijk voelt voor de sfeer om je heen, kan er iets anders aan de hand zijn dan alleen een groot empathisch vermogen. Je neemt niet alleen de spanning waar, maar kunt die onbewust ook als jouw verantwoordelijkheid gaan ervaren.
En precies daar ontstaat een patroon dat behoorlijk veel energie kan kosten.
Als je dit herkent, ontdek je in dit artikel:
- Van aanvoelen naar verantwoordelijkheid nemen
- Wat speelt er onder de oppervlakte?
- Hoe ontstaat het patroon?
- Je gevoel is van jou, maar de situatie hoeft dat niet te zijn
- Wat is jouw cirkel van invloed?
- Waarom je soms liever wegloopt
- Wat kun je doen als je je verantwoordelijk voelt voor de sfeer?
- Je hoeft niet minder betrokken te worden
- Wat als je niet de sfeer hoeft te dragen?
- Misschien is je gevoeligheid niet het probleem
Wil je niet alleen begrijpen waarom je steeds in dit patroon terechtkomt, maar er ook iets aan veranderen? In de online training Van Blokkade naar Plan onderzoek je wat jou werkelijk tegenhoudt en welke automatische patronen ervoor zorgen dat je steeds op dezelfde manier reageert én je leert hoe je hier in het vervolg anders mee om kan gaan.
Van aanvoelen naar verantwoordelijkheid nemen
Een gespannen sfeer heeft iets aantrekkelijks voor je aandacht. Je merkt het op voordat je er bewust over nadenkt.
Een stilte die anders klinkt. Een korte reactie van een collega. Twee mensen die elkaar nauwelijks aankijken. Een deur die iets harder dichtvalt.
Je voelt dat er iets speelt.
En als je gewend bent om goed af te stemmen op je omgeving, blijft het daar niet bij. Je gaat betekenis geven aan wat je waarneemt. Je probeert te begrijpen wat er aan de hand is en ondertussen ontstaat er een subtiele verschuiving.
Van:
“Er is spanning tussen hen.”
naar:
“Ik moet hier iets mee.”
Dat lijkt een klein verschil, maar het verandert alles.
Want de spanning tussen twee anderen is niet automatisch jouw verantwoordelijkheid. Toch kan je lichaam daar anders op reageren. Je hartslag gaat omhoog, je ademhaling wordt oppervlakkiger en je voelt druk in je buik of borst.
Je weet misschien rationeel dat het niet jouw probleem is. Maar je lichaam lijkt daar nog niet van overtuigd.
Wat speelt er onder de oppervlakte?
Onder het gevoel van verantwoordelijkheid voor de sfeer kan een veel ouder patroon liggen.
Misschien heb je vroeger geleerd om goed op te letten hoe het met anderen ging. Misschien was het belangrijk om aan te voelen wanneer de stemming veranderde. Misschien bracht spanning in je omgeving onzekerheid met zich mee en ontdekte je dat je door alert te zijn iets van controle kon houden.
Je werd goed in afstemmen.
Op de ander.
Op de sfeer.
Op wat er nodig was.
Dat kan later een prachtige kwaliteit worden. Je bent empathisch, betrokken en opmerkzaam. Mensen voelen zich vaak gezien door jou.
Maar dezelfde kwaliteit kan je ook uitputten wanneer je onbewust gaat geloven:
“Als er spanning is, moet ik iets doen.”
Dan wordt de stemming van een ander iets waar jij je toe moet verhouden. Je probeert de spanning op te lossen, te verzachten, te begrijpen of te vermijden.
Niet omdat je daar bewust voor kiest, maar omdat je systeem heeft geleerd dat spanning aandacht vraagt.
En precies daar ontstaat verwarring.
Hoe ontstaat het patroon?
Er gebeurt soms iets in een paar seconden.
Eerst registreer je de spanning. → Vervolgens probeer je te begrijpen wat er aan de hand is. → Daarna ontstaat de gedachte dat je er iets mee moet.
En voor je het weet ben je bezig de sfeer te herstellen, jezelf aan te passen of afstand te nemen.
Het patroon voelt logisch, omdat je gedrag de spanning op korte termijn vermindert. Even naar buiten lopen geeft rust. Een gesprek sussen geeft opluchting. Je aanpassen voorkomt misschien dat iemand boos wordt.
Maar juist daardoor kan het patroon zichzelf blijven herhalen.
Je lichaam leert:
-
- spanning is onveilig.
- iets doen vermindert de spanning.
- dus moet ik iets doen zodra ik spanning voel.
Daarmee wordt je reactie steeds automatischer.
Je gevoel is van jou, maar de situatie hoeft dat niet te zijn
Dit onderscheid is belangrijk.
Je bent verantwoordelijk voor wat je voelt en voor wat je vervolgens met dat gevoel doet. Maar dat betekent niet dat jij verantwoordelijk bent voor alles wat jouw gevoel veroorzaakt.
Je kunt spanning voelen omdat twee collega’s ruzie hebben.
Die spanning is van jou.
De ruzie is van hen.
Dat klinkt eenvoudig wanneer je het leest. In de praktijk kan het een wereld van verschil maken.
Want zolang je denkt dat de ander jou een gevoel geeft, ligt de oplossing buiten jezelf.
Dan moet de ander veranderen voordat jij je weer rustig kunt voelen.
Wanneer je ziet dat jij verantwoordelijk bent voor jouw reactie, ontstaat er iets anders. Dan komt er ruimte om te onderzoeken:
-
- Wat gebeurt er nu werkelijk?
- Wat voel ik?
- Wat maakt dit zo spannend voor mij?
En vooral:
-
-
-
- Wat is hier eigenlijk van mij?
-
-
Dat is het moment waarop je cirkel van invloed zichtbaar wordt.
Je kunt ergens bij betrokken zijn zonder er invloed op te hebben. En je kunt invloed hebben zonder verantwoordelijk te zijn voor het resultaat.
Dat onderscheid geeft ruimte.
Wat is jouw cirkel van invloed?
Je cirkel van betrokkenheid is groter dan je cirkel van invloed.
Je kunt betrokken zijn bij een conflict tussen twee collega’s. Je kunt er last van hebben. Je kunt merken dat de sfeer verandert. Je kunt zelfs weten wat er tussen hen speelt.
Maar dat betekent nog niet dat jij hun conflict moet oplossen.
Je eigen reactie valt wél binnen jouw cirkel van invloed.
Je kunt onderzoeken wat je voelt. Je kunt bepalen hoe je reageert. Je kunt een grens stellen. Je kunt besluiten een gesprek aan te gaan als dat bij jouw rol past.
En soms is de meest volwassen keuze juist om niets te doen. Niet omdat je onverschillig bent. Maar omdat je ziet dat het niet van jou is.
Waarom je soms liever wegloopt
De neiging om de ruimte te verlaten lijkt misschien een bewuste keuze.
“Ik ga wel even koffie halen.”
“Ik moet even naar het toilet.”
“Ik werk wel ergens anders.”
Maar soms is het geen praktische keuze. Het is een automatische vluchtreactie.
Je lichaam heeft spanning geregistreerd en zoekt afstand.
Dat mechanisme is op zichzelf niet verkeerd. Wanneer er werkelijk gevaar dreigt, is vluchten een effectieve reactie.
Alleen is een gespannen kantoorruimte geen donker steegje waarin iemand achter je aanloopt.
Wanneer je steeds weggaat zodra je spanning voelt, leert je systeem bovendien iets belangrijks:
spanning is gevaar en weggaan zorgt voor opluchting.
Daardoor wordt het patroon sterker.
Je hoeft jezelf daarom niet te dwingen om maar gewoon te blijven zitten. Interessanter is om eerst te leren herkennen wat er gebeurt:
Ik voel spanning. → Mijn ademhaling verandert. → Ik wil hier weg. → Er is blijkbaar iets in mij geactiveerd.
Dat is iets anders dan meteen handelen.
Wat kun je doen als je je verantwoordelijk voelt voor de sfeer?
De eerste stap is niet dat je de sfeer probeert te veranderen.
De eerste stap is onderscheid maken.
Wanneer je merkt dat de spanning oploopt, kun je jezelf vier vragen stellen:
-
- Wat voel ik op dit moment?
- Wat gebeurt er feitelijk, los van mijn interpretatie?
- Wat is van mij en wat is van de ander?
- Welke invloed heb ik hier werkelijk op?
Die vragen brengen je terug naar jezelf.
Misschien ontdek je dat je inderdaad iets kunt doen. Omdat je leidinggevende bent. Omdat iemand jouw hulp vraagt. Omdat er iets bespreekbaar gemaakt moet worden.
Dan kun je handelen.
Maar misschien ontdek je ook dat je helemaal geen rol hebt in wat er tussen anderen gebeurt.
Dan hoef je het niet op te lossen.
Je mag de spanning voelen zonder haar te dragen.
Je hoeft niet minder betrokken te worden
Soms denken mensen dat grenzen stellen betekent dat ze zich minder moeten aantrekken van anderen.
Alsof ze minder empathisch moeten worden.
Dat is niet nodig.
Het doel is niet dat je niets meer voelt.
Je mag leren om beter te onderscheiden wat je voelt, waar het vandaan komt en wat je ermee wilt doen:
-
- Je kunt merken dat iemand verdrietig is zonder dat jij dat verdriet hoeft weg te nemen.
- Je kunt spanning in een team voelen zonder die spanning persoonlijk te maken.
- Je kunt betrokken zijn bij een conflict zonder het conflict van anderen op jouw schouders te nemen.
En als jij wél een rol hebt in de situatie, kun je die verantwoordelijkheid bewust nemen.
Bijvoorbeeld door een gesprek aan te gaan, iets bespreekbaar te maken of een bemiddelende rol te pakken.
Dan handel je niet meer vanuit de reflex om de spanning zo snel mogelijk weg te krijgen.
Je kiest.
Dat is een wezenlijk verschil.
Wat als je niet de sfeer hoeft te dragen?
Misschien is dat wel de vraag die onder dit hele patroon ligt.
Niet:
“Hoe zorg ik ervoor dat iedereen zich goed voelt?”
Maar:
“Kan ik aanwezig blijven wanneer iemand anders zich niet goed voelt?”
Dat vraagt iets anders van je.
Je hoeft niet weg.
Je hoeft het niet op te lossen.
Je hoeft geen partij te kiezen.
Je mag voelen wat het met jou doet en vervolgens onderzoeken wat er werkelijk van jou wordt gevraagd.
Dat kan betekenen dat je niets doet.
Maar het kan ook betekenen dat je juist wél iets doet.
Een gesprek aangaan. Een grens stellen. Benoemen wat je ziet. Een medewerker aanspreken. Of simpelweg erkennen dat dit niet jouw conflict is.
Verantwoordelijkheid nemen betekent dus niet dat je overal iets mee moet.
Het betekent dat je leert onderscheiden waar jouw verantwoordelijkheid begint en waar die van een ander ophoudt.
Misschien is je gevoeligheid niet het probleem
Wanneer je veel aanvoelt, kan het verleidelijk zijn om te denken dat je minder gevoelig zou moeten worden.
Maar misschien ligt daar helemaal niet de oplossing.
Je hoeft niet minder te voelen.
Je mag leren om beter te onderscheiden wat je voelt, waar het vandaan komt en wat je ermee wilt doen.
Dat is iets anders.
Dan wordt gevoeligheid geen last die je moet beheersen, maar informatie waar je bewust mee kunt omgaan.
En misschien merk je dan op een dag dat je een gespannen ruimte binnenloopt, de spanning voelt en gewoon blijft zitten.
Niet omdat je niets voelt.
Maar omdat je niet meer automatisch denkt dat jij er iets mee moet.
Dat is geen onverschilligheid.
Dat is innerlijke ruimte.
Wil je ontdekken welk patroon jou steeds weer in beweging zet?
Misschien herken je jezelf in het steeds aanvoelen van anderen. In het moeilijk kunnen verdragen van spanning. In het oplossen, sussen, aanpassen of juist weggaan.
Dan kan het interessant zijn om niet alleen te kijken naar de situatie waar je nu last van hebt, maar naar het patroon dat steeds opnieuw onder vergelijkbare situaties zichtbaar wordt.
Dit artikel maakt deel uit van de kenniscollectie Emoties. Wil je meer begrijpen over hoe emoties invloed hebben op hoe je denkt, voelt en handelt? Bekijk dan alle artikelen binnen deze kenniscollectie. Terug naar de kenniscollectie: Emoties
Geplaatst in Emoties
